'Ik ben nergens bang voor,' schreeuwt het jongetje Wale
zo hard als hij kan. Aan het eind van de dag wordt het donker
onder de bomen. 'Dat is waar ook,' schrikt Wale. Overdag vergeet
hij dat hij bang is voor de nacht. Straks wordt de hele wereld
zwart. Waar kan hij een nachtlicht vinden in het donkere bos?
In de verte hangt de maan als een lamp aan de hemel. 'Daar wil
ik slapen,' denkt Wale, 'onder het licht van de maan.' Wale gaat
op pad en kijkt om zich heen. Zou de Ander al achter hem aanzitten?
Daar heb je het al. Vlak achter hem ligt hij op het bospad...